Wat is waar(de)?

De coronacrisis gaf tijd voor reflectie. Even meer stilstaan dan hollen. Ik heb mijn gedachten laten gaan uitkijkend over een polderlandschap en genoten van het lezen van veel boeken. Maar daarna begon het te knagen, want ik wilde iets doen met wat ik had opgedaan in het werk van de toekomst. Vandaar deze blog.

Een vraag die velen van ons bezighoudt, is wat is waar? Je wordt om de oren geslagen met facts and figures, voorheen op dagelijkse basis, nu wat minder frequent. Maar je leert dat ook deze facts and figures ook niet allemaal waar hoeven te zijn. Dat vinden we lastig. We zijn voortdurend op zoek naar zekerheid en dan kunnen we veel informatie dus niet vertrouwen. Lees maar ‘De meeste mensen deugen’ van Rutger Bregman en je leert dat veel kritischer moet kijken naar alles wat journalisten publiceren. Allemaal leugens; waar kunnen we dan wel van op aan? Door het lezen van de columns van de filosoof Alicja Gescinska in NRC en Trouw, realiseer ik me hoe we dit aan moeten pakken. Zij meldt dat de herwaardering van de waarheid begint met twijfel. Zijn al die leugens wel een onjuiste uitspraak? Is niet de intentie van de uitspraak belangrijker dan de feitelijke uitspraak? ’Niet elke feitelijk onjuiste uitspraak is immers een leugen. Met de leugen gaat altijd de intentie gepaard om de ander te misleiden of te manipuleren. Het tegendeel van de leugen is niet zozeer waarheid maar waarachtigheid: de oprechte, authentieke houding waarmee men een uitspraak doet.’ Mensen die mij al langer kennen, weten dat waarachtig een van mijn favoriete woorden is. En regelmatig gebeurt het dat mensen mij vragen, wat waarachtig eigenlijk betekent. Alicja helpt om het verschil tussen waarheid en waarachtigheid uit te leggen. ‘Het verschil is subtiel maar substantieel. Waarheid is een kwaliteit van een bewering. Waarachtigheid is een kwaliteit van mensen. Waarheid draait op epistemologie (de leer van het weten of de kennis en richt zich op de vraag naar waarheid of zekerheid) en waarachtigheid om ethiek.’ Kortom we moeten ons meer richten op de intentie van de persoon die de uitspraken doet of de stukken die hij of zij schrijft.

Factchecking gaat ons dus niet helpen. Volgens Alicja hebben we meer aan filosofische twijfel. ‘Filosofie draait namelijk niet om loutere feitenkennis, maar om wijsheid. De filosofische geest is een levensinstelling, een houding. Die kenmerkt zich door de wil om te weten en door het besef van het niet-weten: zelftwijfel en kritische introspectie.’ Door dit laatste allemaal meer toe te laten, zullen we minder polariseren. Dan is de behoefte om mensen af te rekenen op wat ze hebben gezegd of gedaan ook kleiner. Wij gunnen ons een beetje twijfel en bekijken het ook vanuit de intentie van de persoon. ‘De kans is kleiner dat we vastroesten in ons eigen groot gelijk. En als we minder vastzitten in ons eigen gelijk, is de kans groter dat we meer in waarheid leven.’ En zo is de cirkel dus rond.

Van waar naar waarde, is maar een stap van twee letters. Mijn ervaring is dat er veel begripsverwarring is rondom het begrip waarde. Een eerste verkenning levert meestal een financiële definitie op. De betere definitie van waarde is naar mijn mening: een aanduiding voor het belang van iets. Dan stuit je ook direct op de complexiteit van waarde: het verschilt van persoon tot persoon en het kan ook in iets anders worden uitgedrukt dan alleen in geld. Wij zijn geneigd om waar wij veel waarde toekennen ook als een vaststaand feit te zien, een waarheid. Bij elke verandering moeten we verschillende waarden tegen elkaar afwegen. Vaak zijn die waarden in verschillende zaken uitgedrukt, waardoor de afweging heel gecompliceerd wordt.

Ik beweeg mij vooral in de wereld van transformatie van vastgoed en daar is dit aan de orde van de dag. Hoe kun je erfgoed toekomstbestendig maken? Dat is een afweging tussen erfgoedwaarden en duurzaamheidwaarden om maar een voorbeeld te noemen. En dan kun je je nek breken over de eerste definitie, want erfgoedwaarden zijn onder andere cultuurhistorische, architectonische, stedenbouwkundige, bouwhistorische en sociaalmaatschappelijke waarden. En onder duurzaamheidwaarde kun je energetische waarde, materiaalwaarde en waarde voor de biodiversiteit verstaan. En dan hebben we het nog niet eens over de gebruikswaarde en de economische waarde. Als iedereen eigen waarden toekent en de verschillende waarden moeten worden afgewogen door verschillende mensen, dan voel je al nattigheid en is het een wonder dat er nog projecten worden gerealiseerd. Net als bij de waarheid, is de intentie ook bij waardestelling van belang.

Er is nog een complicerende factor. Erfgoed vertegenwoordigt een culturele waarde, daarmee is het als het ware ‘van ons allemaal’. Kijk maar naar de ophef over de herbestemming van Paleis Soestdijk. De projectontwikkelaar heeft het na het winnen van een tendertraject gekocht van het Rijkvastgoedbedrijf. Daar waren voorwaarden aan verbonden, maar nu gaan allerlei mensen (tot prinsessen aan toe) nog extra voorwaarden toevoegen. Een eigenaar van erfgoed draagt de verantwoordelijkheid om het erfgoed toekomstbestendig te maken. De rekening komt op zijn/haar bord te liggen, ongeacht of het de eigen woning betreft, een werkruimte, of dat je vermogend bent of niet. Je zou je kunnen afvragen wat het ons dan ‘waard’ is, om onze cultureelhistoriscle waarde te behouden. Ik kan je verzekeren dat dit bij lange na niet wordt gedekt door subsidies die door gemeenten, provincie of Rijk worden verstrekt. Het maakt het gesprek wel erg ingewikkeld met eisende partijen die de portemonnee niet trekken of ruimte willen vinden voor een goede afweging van verschillende waarden.

Heel veel verschillende partijen zijn met dit vraagstuk bezig en zijn naarstig op zoek naar hulpmiddelen bij deze afwegingen. Ik las over de approximatieve benadering van een hoogleraar aan de Universiteit van Gent. ‘Het laveren tussen geschiedenislagen, het telkens opnieuw afwegingen maken en uitspraken doen, die zowel de geschiedenis van het gebouw recht doen als de eisen aan hedendaags gebruik. De approximatieve benadering schuwt harde feiten zoals die in bestekken, kernkwaliteitsbepalingen en aanbestedingsprocedures worden vastgelegd en zoekt beschutting bij liefdevolle manipulatie, ambiguïteit en beredeneerde enscenering. Maarten Liefooge, eveneens werkzaam bij de Universiteit van Gent, noemt het resultaat een ‘monumentaire’: een bewerking, een conceptuele uitspraak van de ontwerper over een gebouw. Een verhaallijn die het gebouw naar een volgende fase in zijn bestaan brengt en tegelijkertijd in zichtbare dialoog blijft met zijn geschiedenis.’ Zo mooi kunnen alleen Vlamingen het beschrijven.

Ik hou van erfgoed en geloof in participatie. Dan bekruipt mij het gevoel dat we hier iets voor kunnen betekenen. Het verheugt mij zeer dat we met de werkgroep NRP Erfgoed gaan proberen een kompas (wie weet wel een game) te ontwikkelen, een instrument dat je moet helpen om de weg te vinden in de afweging van waarden bij het toekomstbestendig maken van gebouwd erfgoed. Een proces waarin we elkaar de ruimte gunnen om te achterhalen wat waar is en wat waarde is.

deze column is gepubliceerd op

Delen: