Is leegte de nieuwe identiteit van Sittard?

Er is een mooi boek verschenen over het project Ligne te Sittard, een wat rommelig terrein tussen spoor en stad met onder andere een grote supermarkt en parkeren. Het is in 2016 uitgekomen in opdracht van gemeente Sittard-Geleen, Zitterd Revisted, provincie, waterschap, regio, school Zuyd en de supervisor G. Coenen. Het is een goede illustratie van de wegen die een gebiedsontwikkeling kan afleggen. Zoals in het voorwoord staat vermeld: ”gedurende de rit is de koers meerdere malen verlegd …. uiteindelijk gaat het om het resultaat.” Daar ben ik het helemaal mee eens, maar dan wel anno nu (2018).

Toch even de geschiedenis induiken. Een eerste studie vond begin 2004 plaats en werd gemaakt door het bureau van Jo Coenen. Na een raadbesluit eind 2006 mocht 3W Vastgoed met het bureau van Jo Coenen begin 2008 een haalbaarheidsstudie maken. Een half jaar later besloot men twee architecten te selecteren voor de opgave, Jeanne Dekkers voor het noordelijk blok en Rapp+Rapp voor het zuidelijk blok. Begin 2010 vindt er een aanpassing van het programma plaats door de raad, waarna de architecten aan de slag gaan. Een paar maanden later trekt 3W Vastgoed zich terug en neemt VolkerWessels/Bouwontwikkeling Jongen het project over. Bijna een jaar later wordt het masterplan vastgesteld en een paar maanden later worden de overeenkomsten getekend. De publiekspresentatie van het voorlopig ontwerp van het landschapsplan door Lodewijk Baljon en de definitieve ontwerpen van de gebouwen door Jeanne Dekkers en Penne Hangelbroek (die het werk mee mocht nemen uit het bureau van Rapp+Rapp) vindt plaats in september 2012. In het begin van 2013 krijgt het project de naam Ligne (resultaat van een enquête). Start bouw mag dan uiteindelijk eind 2013 plaatsvinden en medio 2016 wordt het gebouw in gebruik genomen, uiteindelijk meer dan 12 jaar na de eerste studie. Een start in wat Friso de Zeeuw (Zo werkt gebiedsontwikkeling, 2017) de bloeifase van gebiedsontwikkeling noemt. En vervolgens is het project door crisis in de wederopstandingsfase van gebiedsontwikkeling beland.

Zoals vaak in een boek door ontwerpers gemaakt, wordt vooral naar het stedenbouwkundig, landschappelijk en architectonische resultaat gekeken. Maar ik versta onder resultaat hoe het gebied wordt gebruikt en hoe de gebouwen en de materialen zich in de tijd houden. Een bezoek na ruim een jaar is dan een goed moment. Je kunt je natuurlijk wel afvragen of een grauwe winterzondag wel het beste moment is om er rond te lopen. Wat zo’n wandeling behelst, is dan niet alleen naar het betreffende gebied kijken maar ook naar de context. En die context is in Sittard niet makkelijk. Na een reis met de trein, laat de directe route naar de stad met de mooie naam Stationsdwarsstraat – die overigens keurig is geplaveid en helder de weg wijst – zien dat er veel leegstand is in de plinten van deze aanloopstraat. Eenmaal de Rijksweg overgestoken, kom je uit bij een hoek van het project Ligne. Dit is het zuidelijk blok waarin de bibliotheek en commerciële ruimten de belangrijkste functies zijn. Nog maar twee van de commerciële ruimte – er zijn nog vele vierkante meters leeg – zijn ingevuld met koffiezaakjes. Het voert mij echt te ver om dit een ‘smeltkroes’ te noemen waar studenten, bezoekers aan de bibliotheek en winkels e.d. elkaar kunnen treffen. Nu helpt het niet om hier te zijn op zondag zoals gezegd, als niets open is, maar de leegstaande winkels zeggen ook voldoende. Bij de wandeling door de stad, valt nog meer leegstand op. En als dan in het kloosterkwartier waar de voormalige Dominikanen- en Ursulinenklooster, beide rijksmonument, worden herontwikkeld tot hoogwaardige appartementen, hotels, restaurant, leisurecentrum en kantoren en ook kleinschalige exclusieve winkels worden gehuisvest, vraag ik mij af welke invullingen dan voor Ligne worden gezocht. In algemene zin staat de gebiedsontwikkeling weer in de wederopstandingstand maar dit is een krimpgebied en dat is voelbaar. De crisis heeft dan wel tot kleine planaanpassingen geleid, maar nog met onvoldoende realiteitszin voor de markt van deze stad. Natuurlijk heeft de supervisor gelijk dat het op stedenbouwkundig niveau zeer de moeite waard is, wat hier is gepresteerd. En de invulling van het noordelijk blok met Zuyd zal ook de gewenste levendigheid geven, maar is niet voldoende. Het voelt in het lege schootsveld dat tussen Ligne en de oude stad ligt, vreemd om te kunnen kiezen tussen twee parkeergarages aan weerszijden van de straat als er verder niet veel te doen valt. Net als de hoeveelheid winkels voelt het als een overkill. Dan hebben we het nog niet over de leegte die is ontstaan door de sloop van het Maaslandziekenhuis net om de hoek. Het Franse klooster is nog voor een deel gespaard, als Rijksmonument, maar verder is het ook een leeg terrein.

De wijze waarop je de hooggelegen middeleeuwse benadert, is echt de kroon op het project Ligne. De zichtlijnen zijn fysiek vertaald waardoor je vanzelfsprekend naar de oude stad loopt als je eenmaal de bovengehaalde Kotelbeek bent overgestoken. Deze as is tevens een scheiding tussen de twee projectdelen. De architectuur van Penne Hangelbroek van het zuidelijk blok is tijdloos. Het betonraster als motief met andere invullingen en speels ingevuld met verschillende velden gemêleerd metselwerk. Binnen de velden ook nog subtiele versieringen en het is buitengewoon goed gedetailleerd. Het noordelijk blok van Jeanne Dekkers krijgt mij niet te pakken. Normaal toch nieuwsgierig genoeg, maar al weet ik dat Museum Domijnen hierin moet zitten, voel ik niet de lust het te gaan vinden. Hier juist het modieus geschuif met verschillende maten van metselwerkvelden en ramen met een onverklaarbare zwarte doos aan het water. Hier blijkt bij nadere bestudering van het boek in het nagenoeg zwarte beton een print op te zijn aangebracht met de stadsplattegrond; ik had het niet ontdekt. Schrikken is het hier met de vervuiling bij de dakrand en alle naden tussen verschillende materialen. En helaas geldt dit ook voor het opgaand metselwerk bij de beek waar spuwers geen bodem hebben die het metselwerk vrijhouden van water. Wel zijn er op de bovenste verdieping een zevental penthouses gemaakt, die het mooiste uitzicht hebben naar de oude historische binnenstad. Over de lege schootsvelden, dat dan wel.

 

deze column is gepubliceerd op

Delen: