De vernieuwing van naoorlogse woningbouw in Kanaleneiland

Het zal mij benieuwen wanneer men doordrongen raakt van de monumentale waarde van de naoorlogse woningbouw in Nederland. Bij iedereen leeft natuurlijk het gevoel dat we daar wel genoeg van hebben en misschien is het juist wel door de hoeveelheid dat we de waarde ervan maar moeilijk doorgronden. Bij veel wijkvernieuwingen zien we dat deze wijken nu worden aangepakt, maar de vraag is hoe kun je dat op een respectvolle manier doen als de ‘waarde’ ervan onduidelijk is. Ik kan zelf enorm genieten van de foto’s van dergelijke wijken zo net een jaar na oplevering. Stempels van hoogbouw in een verder leeg land met nauwelijks een auto in beeld en meestal wel spelende kinderen, de maakbare samenleving op zijn hoogtepunt.

Op 13 oktober (ochtend) mogen we bij Renda on Tour met eigen ogen de wijkvernieuwing van Kanaleneiland in Utrecht gaan aanschouwen. Deze wijk werd in 1957 ontworpen door de stedenbouwkundige C.M. van der Stad (what’s in a name?). De wijk heeft 7.350 woningen en was bedoeld voor ongeveer 30.000 bewoners. Het stedenbouwkundige principe van stempels heette toen een samenhang te weeg te brengen. Maar nu ervaren we het als monotoon en vormen de structurerende wegen eerder een barrière dan een verbinding. ‘Door de ver doorgevoerde systematiek van systeembouw en stempels, kan Kanaleneiland minder goed verandering opnemen dan bijvoorbeeld Overvecht. Het is de uitdaging om met behoud van de grote gebaren toch ruimte voor vernieuwing te vinden.’ (Cultuurhistorisch onderzoek en ruimtelijke analyse Utrecht NaOorlogse wijken: Kanaleneiland (9) door Steenhuis stedenbouw/landschap en Urban Fabric 2006). Terug naar de waarde en betekenis voor Utrecht. In voornoemde onderzoek zijn alle naoorlogse wijken van Utrecht onderzocht. Om door te gaan op de vergelijking met Overvecht wordt gemeld dat in Kanaleneiland de variatie in de stempel, de ruimte opzet en de ver doorgevoerde menging van programma ontbreekt. Maar de ligging aan het Amsterdam-Rijn kanaal geeft deze wijk een potentie die andere naoorlogse gebieden niet hebben en dat zou juist bij een wijkvernieuwing meer tot zijn recht kunnen komen. Als je goed de plannen van de wijk naast de huidige situatie legt, dan zie je dat goede bedoelingen van toen door de aanpassingen in de openbare ruimte en aan de gebouwen voor een deel verloren zijn gegaan. Kijk alleen al naar de plantsoeninrichtingen en de bergingen. De intenties van de oorspronkelijke plannen kunnen helpen bij het maken van de wijkvernieuwingsplannen. De monotonie betreft dus niet alleen de uitstraling maar ook het programma van de woningen. Een mooie kans voor de wijkvernieuwing om een veel grotere mate van differentiatie door te voeren.

Naast de waarde van deze wijk, moeten we kijken hoe de belangrijkste stakeholders de gebiedsontwikkeling kunnen en willen oppakken. Allereerst is er de gemeente, vervolgens de corporaties Portaal en Mitros en natuurlijk de bewoners. Beide corporaties hebben ervoor gekozen om voor het gebied met ontwikkelende bouwbedrijven samen te werken, respectievelijk Heijmans en Hurks, en beiden doen dat op een eigen wijze. Tijd kan zowel vriend als vijand zijn bij gebiedsontwikkeling. Ik ben benieuwd hoe dat in Kanaleneiland is ervaren. Wel je het ook weten, dan zie ik je toch zeker de 13e oktober bij het Renda Event?

deze column is gepubliceerd op

Delen: