Overheid aan het stuur?

We waren natuurlijk allemaal in de ban van de verkiezingen de afgelopen tijd en nu zijn we dan in afwachting van de nieuwe formatie. Er staat geen grote verandering voor de deur, is nu de verwachting. Het gonst; de roep voor een meer sociaal, inclusief en duurzame maatschappij. Veel antwoorden hoe we dat kunnen waarmaken heb ik nog niet gehoord. Een van de oplossingen die wordt aangedragen, is het terugdraaien van de marktwerking, de overheid weer aan het stuur. Maar ik vraag mij af of dat de oplossing is? Als ik kijk naar hoe de overheid de afgelopen periode invulling aan deze beleidsvelden heeft gegeven, dan stemt mij dat niet positief. De overheid is er voor het bewaken van het algemeen belang. Zij zijn de meest voor de liggende partij om deze zaken te agenderen, te bespreken en doelen op dit vlak te realiseren. Zij heeft daarvoor verschillende middelen tot haar beschikking. Laten we even kijken hoe de overheid zijn assets – de gronden en het vastgoed die zij in eigendom heeft – de afgelopen jaren heeft ingezet om aan een inclusieve en toekomstbestendige maatschappij te werken.

De gemeente kan haar eigen grondposities onder condities verkopen en op die wijze zorgen dat sociaal maatschappelijke doelen worden gerealiseerd. Maar eind 20e eeuw lijkt men hier van het pad geraakt. De eigen posities werden ingezet om geld te verdienen en het is verre van duidelijk welke doelen met dat geld nu echt zijn bereikt. Nu mag je toch ook wel van boter op het hoofd spreken als je in de voorwaarden voor verkoop meeneemt dat 30% sociale woningbouw moet worden gerealiseerd, duurzaamheidsambities moeten worden waargemaakt en nog wat ruimte voor sociaalmaatschappelijke functies moet zijn terwijl de prijs leidend blijft. De opeengestapelde ambities komen terug als vinkjes op een lijst. Ten tijde van indiening hebben de marktpartijen op alle aspecten een vinkje gehaald. Maar wat gebeurt er keer op keer, als gevolg van wijzigende eisen, stijgende bouwkosten en dergelijke? De ambities worden naar beneden bijgesteld. Let wel, ik heb het hier niet over de opbrengsten voor de gemeente maar over de sociale en duurzame componenten. Een schrijnend voorbeeld hiervan stond beschreven in NRC van 20 maart jl. over architect-ontwikkelaar Tom Frantzen. Hij gaf een inkijkje in de kosten voor de erfpacht die hij moest betalen voor het project Top Up in Amsterdam Noord. Een gemeente die wil dat de stad klimaatneutraal is in 2050, is niet van mening dat je nu iets moet doen om dat waar te maken. Sterker nog, de berekeningsmethodiek straft circulair en klimaatneutraal bouwen gewoon af. Het lijkt er dus op alsof de marktpartij die ambities niet waar maakt, maar de condities van de gemeente bepalen of dat wel of niet kan.

Dit was een voorbeeld van een lokale gemeente, maar eigenlijk kunnen we hetzelfde stellen bij de rijksoverheid. Hoeveel van de panden van het Rijksvastgoedbedrijf die via biedboek.nl worden aangeboden, hebben als doel het waarmaken van de sociaalmaatschappelijke en duurzaamheidsdoelen van het Rijk? De overheden zijn zo sectoraal ingericht, zo verkokerd, dat je je afvraagt of iemand dergelijke vragen stelt. We zijn bereid om subsidies van het Rijk naar gemeenten te sturen voor de maatschappelijke agenda. Maar zou het niet effectiever kunnen zijn door andere condities en andere prijzen te accepteren bij de verkoop van het eigen bezit om deze doelen te bereiken. Even het geheugen opfrissen als het gaat over bijvoorbeeld de middenhuur, waar veel te weinig aanbod voor wordt gerealiseerd. De samenwerkingstafel middenhuur is in 2017 gestart. Hoeveel verder zijn we daar nu opgeschoten? Verschrikkelijk weinig. Het Rijk zucht dat dat er nog altijd onvoldoende middeldure huurwoningen worden gerealiseerd en de gemeenten ook. Vraagt er dan niemand zich af zij zelf de goede condities afgeven bij de verkoop van het eigen bezit om dat waar te maken? Practise what you preach is een veel gebruikte uitdrukking voor waarachtig gedrag. Bij de overheid zijn het andere mensen die prediken dan zij die het uitvoeren. Dat is wel duidelijk.

verscheen bij Rooilijn, 27 april 2021

deze column is gepubliceerd op

Delen: