Werken aan de binnenstad van Eindhoven

Hoe krijg je een beter beeld van de waarde van je eigen omgeving? Door iemand van buiten met verstand van zaken daarover te laten vertellen. Paul Meurs van het architectuurhistorisch onderzoeksbureau SteenhuisMeurs, heeft vijf jaar geleden in opdracht van de gemeente het centrumgebied van Eindhoven in beeld gebracht. In het kader van de themalezingen over de Wederopbouw in Eindhoven, was hij op 7 december gevraagd een lezing te geven over de binnenstad.

Het beeld dat men van buiten Eindhoven heeft, is dat Eindhoven helemaal geen historische stad is. Paul Meurs ontkent dat en meldt dat het een stad is met veel geschiedenis. Eindhoven was een vestingstad maar in de 16e eeuw, in de Spaanse tijd, zijn de vestingwerken reeds opgeheven. Veel eerder dan in vele Nederlandse steden waar dit pas in de 19e eeuw plaats vond en waar de groei van de stad al buiten de vestingen, nu vaak groen en singels, plaatsvond. Die oude structuur van de middeleeuwse stad met zijn poorten is nog steeds zichtbaar in verkaveling binnen de ring om het centrum en in bijvoorbeeld de naam Vestdijk. Tevens is de structuur zichtbaar in de ruggengraat van het centrum: Demer-Rechtestraat-Stratumsedijk.

eindhoveninbeeld

De stad explodeerde in de 20e eeuw als een gevolg van de industrialisatie en Philips had een hele grote invloed op de inrichting van de stad. Door de oorlog werd het vervolgens een verwoeste stad. De regie van de ruimtelijke ordening werd in de wederopbouwperiode door het Rijk opgepakt. De middelen waren schaars, hier moest goed mee worden omgegaan. De eerste stap was een schadekaart maken. Hierin is goed zichtbaar dat het gebied rondom het station en de Demer zwaar waren getroffen. Het Rijk stelde ook de architecten aan, ir. J.A. Van der Laan werd de ontwerper voor Eindhoven. Paul Meurs vindt dat een opmerkelijke stap. Eindhoven was voor de oorlog door haar snelle groei al een stad met moderne cityvorming door het goed leiden van alle stromen van mensen en vervoersmiddelen in, van en naar de stad. Van der Laan was meer een traditionalist. Hij maakte onderscheid in een plan noord voor cityvorming en een plan zuid met een meer representatief karakter. In zuid koos hij voor een aanpak van perceel naar perceel, winkel voor winkel. Particulieren kochten de grond eind jaren ‘40, kozen een eigen architect die onder strenge supervisie van Van der Laan hun plan mocht uitwerken. Dit levert ook nu nog een afwisselend beeld op. Omdat dit te langzaam ging, is voor de Hermanus Boexstraat een andere werkwijze gekozen. De Rotterdamse architect J.W.C. Boks maakte een plan voor de hele straat in één keer en dit was eind 1956 gereed. Een stedenbouwkundige ingreep met veel meer consequenties was het verplaatsen van het spoor in noordelijke richting en deze verhoogd aanleggen ten behoeve van de bereikbaarheid per auto. Het rigoureuze cityplan van de modernisten Van der Broek en Bakema van 1969 ging door op deze gedachte maar dan ook voor het zuidelijk deel, maar gelukkig is daar maar een klein deel van gerealiseerd. Eindhoven heeft na het vertrek van de industrie haar richting gevonden als high tech en design stad en Paul Meurs ziet hoe de bijbehorende kosmopolitische wereld in Strijp S landt, zonder dat het ten koste van de binnenstad gaat.

Paul Meurs geeft aan dat wat Eindhoven zo bijzonder maakt, is dat je telkens in de binnenstad de gelaagdheid van de geschiedenis kunt lezen. En de opgave voor de toekomst wordt daarmee ook een andere dan bij de bekende historische steden als ’s-Hertogenbosch of Amsterdam. De grote vraag is, hoe doe je dat? Naar zijn mening niet met de rode tegels in de binnenstad, die als een ‘tomatensoep’ van plint tot plint klotst. Er is daardoor geen subtiliteit in de overgangen van openbaar naar privé en maakt de straat slecht leesbaar. Maar je zult ook moeten kijken voor wie de binnenstad is, en wat die mensen willen in die binnenstad? Hoe geef je vorm aan de belevenisstad?

Paul Meurs adviseert om vanuit de waarden, de krachten van de stad te werken. Op een kleine schaal zie je duur en goedkoop, klein en groot, intiem en collectief, starters en grotere bedrijven allemaal naast elkaar. De openbare ruimte heeft een prettige menselijke schaal, waardoor mensen er graag willen zijn. De morfologie van de stad is helder met zijn ruggengraat en de verkaveling. De wederopbouw heeft fraaie kwaliteiten, onder andere met de ambachtelijke details. Maar je zult met elkaar moeten nadenken over de ingrediënten en spelregels die nodig zijn om de huiskamer van de 21e eeuw van een moderne stad in te richten. Hij adviseert om de geschiedenis afleesbaar te laten zijn, zonder er een stolp overheen te plaatsen. Om de schaal te respecteren en bijvoorbeeld niet winkelplinten te verbinden of grootschalige optoppingen over meerdere panden toe te staan.

Bij de vragen uit de zaal, van Eindhovenaren, overheerst het gevoel van verdriet en boosheid over wat niet is gelukt in het verleden en het gevoel dat er te weinig interesse en regie is van het gemeentebestuur. De frisse blik van buiten is vrij van dat verdriet en die boosheid en adviseert om niet alleen naar de overheid te kijken, maar om ook zelf met handreikingen te komen en het entrepreneurschap dat in de binnenstad nodig heeft te stimuleren. De binnenstad van Eindhoven is dat zeker waard.

70064_fullimage_rapport-binnenstad-tramstraatkwartier

Het rapport van SteenhuisMeurs http://www.eindhoven.nl/artikelen/Cultuurhistorische-verkenning-binnenstad.htm

deze column is gepubliceerd op

Delen: