Nieuwe wind door gebieds- ontwikkelingsland (2)

Alles kwam deze week – de Dutch Design Week in Eindhoven- samen waardoor ik echt geloof heb dat gebiedsontwikkeling voor altijd veranderd is. Het wordt een vanzelfsprekendheid om dit met de omgeving en toekomstige gebruikers te doen.

Waar te beginnen? Met de Dirk Roosenburgprijs. Een tweejaarlijkse prijs met als doel de kwaliteit van de gebouwde omgeving te bevorderen door middel van een openbare discussie in de gemeente Eindhoven. De kwaliteit van het ontwerp, de bijdrage die het project levert aan de beleving, bruikbaarheid en identiteit van de stad. Naar mijn mening een veel bredere doelstelling dan menige architectuurprijs. En het bewijs daarvan is dit jaar geleverd. De vakjury heeft het project Space-S op Strijp S tot winnaar bestempeld. Een ontwikkeling van 400 woningen dat door corporatie Woonbedrijf in co-creatie is gerealiseerd met de toekomstige huurders. En ik weet dat dit ook binnen de planning en begroting is gelukt. De reden voor de toekenning van deze prijs is gelegen in de vernieuwende ontwerpbenadering van de opdrachtgever, de ontwerpers en de betrokken partijen. De ontwerpers hebben een proces ontworpen om samen met de bewoners tot een plan en gebouwen te komen die architectonisch van hoge kwaliteit zijn. De publieksprijs viel ook Woonbedrijf ten deel, de renovatie van het Philipsdorp. Ook hier een belangrijke rol voor de bewoners, of bent u vergeten dat de woningen eigenlijk gesloopt zouden worden? Dankzij hun inspanningen heeft Woonbedrijf voor hoogwaardige renovatie gekozen en is een parel voor de stad behouden.

Tijdens de Dutch Design Week zien wij bij de tentoonstelling in het Klokgebouw ‘Mind the Step’waar de drie TU’s van Nederland mee bezig zijn. En tot mijn prettige verbazing, wordt gewerkt aan een intelligente ondersteuning van het proces van sociale interactie door [X]Changing Perspectives. Over verschillende tafels kunnen alle mensen aan de tafel samen op zoek gaan naar oplossingen voor publieke vraagstukken. Door middel van zes torentjes op die tafels kunnen de groepen hun positie bepalen ten opzichte van zo’n vraagstuk. De interactieve torentjes staan symbool voor diverse aspecten die daar onderdeel van maken. Door in samenspraak torentjes een bepaalde plek te geven, wordt duidelijk waar ieders prioriteiten liggen en hoe die met elkaar samenhangen. De resultaten aan alle groepen worden samengevoegd in een real time visualisatie die zorgt voor het delen van inzichten. In de stad die Techniek, Design en Kennis zo hoog heeft staan, moet dit wel een vervolg kunnen krijgen. Als we dit kunnen combineren met DATAstudio, een project van Het Nieuwe Instituut en de gemeente, dan moet het lukken om een smart society te worden.

Nog meer bevestiging vond ik deze week in de lezing van Joachim Declerck, directeur Architecture Workroom Brussels, een denktank die overheden, private partners en culturele instellingen samenbrengt om innovatieve ideeën te ontwikkelen op het gebied van architectuur en stedenbouw, in functie van nieuwe ruimtelijke tendensen. Hij sprak op uitnodiging van het project Destination EIN, een reis met de nieuwe stad Eindhoven als bestemming. De stad groeit conform de droom van oud-burgemeester Rob van Gijzel naar 300.000 inwoners met bijbehorende woningen, bedrijven en voorzieningen. Het is een productieve, inclusieve en gezonde stad. In dit project wordt de discussie met de stad gevoerd om daar te komen. Wij zijn toepasselijk te gast voor deze lezing in Innovation Powerhouse op Strijp T.

Joachim Declerck is ook een van de curatoren van de IABR 2018-20 dat als titel heeft The Missing Link. Daar kom ik zo op terug. Zijn missie is een ontwerpend een culturele praktijk neer te zetten die ruimte inzet als verbindend platform en hefboom voor daadwerkelijk stedelijke vernieuwing en maatschappelijke transitie. Het is een hele mondvol, maar na zijn lezing begrijpelijk. Zoals we met elkaar al jaren weten, moeten we af van de blauwdruk of het nu masterplan of stedenbouwkundig plan heet. Maar, hebben we een alternatief. Joachim Declerck in ieder geval wel. Zijn advies luidt: start met het gebruik en dus met de gebruikers. Een geslaagde ruimtelijke ontwikkeling is een ontwikkeling dat wordt gebruikt. Dus daar moet het begin liggen. Dat vergt goed onderzoek door professionals; het gebied en de problematiek in de leefomgeving moet goed in beeld zijn gebracht. Het proces moet zo worden ingericht dat tactiel en op empathische wijze aansluiting wordt gevonden met mensen en het gebruik. Met hen en ontwerpers wordt op de kleine schaal gewerkt aan oplossingen voor een bepaalde plek. Vervolgens wordt gekeken naar waar er nog meer plekken met dezelfde randvoorwaarden in de stad te vinden zijn, waar dit proces herhaald zou kunnen worden. En zo wordt stadsontwikkeling niet gerealiseerd door het grote masterplan maar door het herhalen van geslaagde kleinschalige ingrepen. En dat is nu The Missing Link, het lijntje tussen de stad en de kleinschalige ingrepen. Met de rol van de architectuur die door middel van ontwerpend proces inzichten en mogelijkheden blootlegt en met de gebruikers werkt aan de oplossingen. En door middel van cumulerende inzichten bouwen we aan de stad. Dat mag met recht een nieuwe wind heten. Laat het wat mij betreft maar waaien!

 

 

 

 

 

 

deze column is gepubliceerd op

Delen: