Eiffelgebouw Maastricht, een hoogtepunt?

Na ruim tweeënhalf jaar terug in Maastricht en de verwachtingen waren hooggespannen. Nadat het porseleinverleden in Céramique weer voor het voetlicht kwam in de grote Vinexlocatie in de vorige eeuw, was het nu eindelijk tijd voor Sphinx. Een groot deel van de stad ten westen van de Maas en onder de ring werd in beslag genomen door de fabrieken van Sphinx. In 1836 richtte Petrus Regout (1801-1878) achter zijn woonhuis een aardewerkfabriek op, Petrus Regout & Co. De fabriek ontwikkelde zich snel door de aanschaf van een stoommachine en hij verplaatste de fabriek in een voormalig klooster van de orde der Penitenten aan de Boschstraat. Van het klooster resteert nog alleen de poort, nog altijd zichtbaar aan de Boschstraat.  Sinds 1879 voerde de fabriek de naam ‘Sphinx’ en werd dit ook het logo van het bedrijf. Vanaf 1920 ging het bedrijf zich meer toeleggen op de productie van sanitair en dat vereiste grotere ovens en meer ruimte. Op de plek van de oude glasfabriek werd een nieuw pand gebouwd, het Eiffelgebouw. Dit gebouw kwam in drie fasen tot stand, 1929-30, 1932 en 1941. De eerste twee delen van het gebouw zijn gebouwd met een skelet van gewapend beton met paddenstoelvormige kolommen. Met zeven verdiepingen gold het Eiffelgebouw lang als het hoogste gebouw van Maastricht en daar dank het dan ook zijn naam aan. Het is een verwijzing naar de Eiffeltoren. Het gebouw is 180 meter lang, 21 meter breed en 33 meter hoog. De totaal vloeroppervlakte bedraagt 33.500 m2. Het doet als gebouw denken aan het Klokgebouw en de Hoge Rug van Philips in Eindhoven.

Belvedère WOM heeft de herontwikkeling van dit gebouw ter hand genomen. Het nieuwe gebruik wordt gevormd door The Student Hotel met 378 kamers, lofts en een skybar op het dak in een nieuwe glazen volume. Voor het gebouw, dat wat verder van de straat terugligt, is een nieuw Pathé bioscoop gerealiseerd in een lange zwarte volume die tegen de begane grond van het Eiffelgebouw aan is gesitueerd en zeker de helft van de lengte van het gebouw in beslag neemt. Als verbinding is een 120 meter lange gang gemaakt die mij deed denken aan de gang die in het AaBe complex (nu winkelcentrum) in Tilburg. Hier is door middel van een tegeltableau van 120 meter lang en met 30.000 tegels de geschiedenis van deze plek in beeld gebracht. De tegelwand is de achterwand van de Pathé; de andere wand wordt gevormd door glazen puien met deuren. Helaas is op deze winterdag de gang alleen met tocht gevuld en is het niet aangenaam om te verblijven. Bovendien is er nog geen invulling door winkels en bedrijven aan de zijde van de glazen pui. De begane grond van The Student Hotel is gevuld met ruimte voor horeca, biljart, werken en zitten op alle mogelijke manieren en zal aansluiten bij de behoefte van de doelgroep.

Aan de noordelijkste uiteinde kan ik het trappenhuis in om een bezoek brengen aan een aantal lofts op de 6e en 7e verdieping (acht in totaal). De lifthal is nog ruw, maar dat is ook wel de nieuwe mode bij herontwikkelingen. Maar er staan ook nog dozen met tegels, dus ik heb nog geen idee hoe deze ruimte eruit moet komen te zien. Ik sta met nog vijf andere mensen te wachten op de lift. Wat een schrik als die arriveert. Het is nog geen meter diep! In eerste instantie lijkt het alsof er een tijdelijke tussenwand in staat, maar dit blijkt niet het geval. We kiezen er in ieder geval niet voor met zijn allen de lift in te stappen. De schrik is nog niet over als je op de verdieping aankomt. Er is zo weinig ruimte om de lift heen dat je niet eens meer weet waar je heen moet. De deur naar de lofts oogt als een kastdeur en komt uit tegenover een gesloten wand. Je moet nog een knik door om een gang – zonder daglicht – en vier deuren naar de lofts en de nooddeur aan het einde te zien. Ik voel geen aanmoediging om door te gaan, maar mijn nieuwsgierigheid om de lofts te zien, wint het uiteindelijk. De lofts zijn tussen ruim 100 en 135 m2 groot en zijn echte lofts met grote raampartijen en verder – buiten de ruimten voor technische installaties – vrij indeelbaar. De lofts aan de oostzijde kijken uit over bassin, fabrieksgebouwen, Maas en Wyck die van de westzijde over de resten van de fabriek en een groot parkeerterrein. Net als bij The Student Hotel kunnen maar kleine delen van de ramen worden geopend.

Ik kan maar niet enthousiast worden voor dit plan. Hoewel ik architectonisch en stedenbouwkundig ontwerpen heb gestudeerd en nog maar 30 jaar in het vak zit, begrijp ik niets van de positionering van de zwarte massa voor de bioscoop aan de straatzijde. Het zou een verwijzing naar een muur kunnen zijn, maar zo komt het niet over. En de schuin geplaatste vlakken metselwerk slibben voor een deel dicht maar dat maakt niet veel verschil met de zeer donkere puien. En de functie bioscoop levert natuurlijk niets op aan een straatzijde. Zo vanuit de stad ervaar ik eerder als belemmering om naar het Eiffelgebouw dan iets anders. En misschien zijn we hier in Eindhoven wel bevoorrecht met de herontwikkelingen van de Hoge Rug in de woongebouwen Gerard en Anton, maar dat is wel andere koek. Spannende verticale verkeersruimten met daglicht, speelse gangpartijen en deuren die door een fraai lichtornament zijn geaccentueerd. Lofts waar de ramen groots open kunnen om het niet hebben van een balkon te compenseren, daar de status van rijksmonument hier geen ruimte voor laat. En als ik dan zie wat de staat is van de gebouwen naast en achter het Eiffelgebouw en de tijd die deze herontwikkeling al heeft gekost, vrees ik er nog veel tijd gemoeid is met de herbestemming van dit gebied en heb ik nog geen idee waar het heen gaat.

 

deze column is gepubliceerd op

Delen: